3. De Dollardpolders

Bij polders denk je misschien niet aan een geschiedenis die vele eeuwen terug gaat. Dat is hier echter wel het geval. In de huidige Dollard hebben dorpjes gelegen die verzwolgen zijn bij stormvloeden in de 16e eeuw. Deze stromen hebben toen de Dollard tweemaal groter gemaakt dan deze nu is. De helft van het land dat de zee toen terugeiste, heeft de mens later weer terugveroverd met nieuwe inpolderingen. De polders liggen hier aaneengeregen, van elkaar gescheiden door hoge dijken. Aan de oostelijke kant werden vestingen gebouwd, verdedigingsbolwerken.

[16 juni 2020; fietsend langs de Duitse kant van de Westerwoldse Aa]
Aan de andere kant van de sluis (Nieuwe Statenzijl) kom ik in de Duitse Kanalpolder, ook deze polder is in de 19e eeuw heroverd op de zee. Er staat op de dijk nog een klein voormalig grenskantoortje. Tenminste: ik dacht dat ’t dat was! (*)

Voormalig grenskantoortje bij Nieuwe Statenzijl
Géén voormalig grenskantoortje bij Nieuwe Statenzijl (*)

Een boer roept z’n koeien letterlijk met ‘Kom maar hier, kom maar, kom maar’ (volgens mij toch een Duitser, maar dit zegt-ie echt), en de koeien luisteren, sleeën daarvoor zelfs een steil dijkje af. In de grijper van de tractor van de boer allemaal hooi. Wat bezielt deze koeien? Het gras is groen.
Richting Bunde passeer ik enorme joekels van windmolens in het graan. En dan terug vlakbij Nieuweschans langs het spoor richting Bunde.

Langs de boerenwegen in Duitsland probeer ik de verschillende kanten van de grens te vergelijken: wat zijn de verschillen? Tja, al die rode baksteen natuurlijk. Maar het fixeren op het willen zien van verschillen houd je een beetje teveel weg van de logische conclusie, dat 95% domweg hetzelfde is. Toch sta ik later een boerderij te fotograferen, met een mooi plakkaat in de gevel, waarin staat dat-ie in 1780 is gebouwd en die ik, vooral door de kleine raampjes, heel erg herken als ‘Duits’. En dat is toch wel weer bijzonder: in de bouwstijl is het wel degelijk een echte ‘Oldambtster boerderij’, maar toch is-ie onmiskenbaar ‘Duits’. Dit geldt ook voor de met rode klinkers beklede fietspaden in Bunde: in Nederland zou dit een voetgangersstoep zijn, achter de trottoirband die weg en stoep scheidt.
Verder zie ik in Bunde een makelaardij Schipper en vlak erbuiten een boerderij van de maatschap Brouwer. Er is door de eeuwen heen vast en zeker heel veel grensverkeer geweest. Dat heeft niet tegengehouden, dat er onmiskenbaar een ‘couleur nationale’ is.

Ik rijd weer naar het zuiden over allemaal boerenweggetjes, steeds een of een paar kilometer van de Nederlandse grens, die je goed kunt herkennen, want hier liggen de Nederlandse grensnatuurgebieden. Aan de Duitse kant vooral graanvelden en zo nu en dan weide, met koeien. De geasfalteerde landbouwweggetjes zijn smal en stil. Hier rijden vast en zeker meer tractoren dan auto’s.

Kaartje van de Dollardpolders en hun inpolderingsjaar
Kaartje van de Dollardpolders en hun inpolderingsjaar

De oostgrens van de provincies Groningen en Drenthe is altijd een natuurlijke grens geweest. Daarin verschilt de historie van dit stuk grens nogal met de rest van de Nederlandse grens, waar de grens vaak een stuk meer gebaseerd is op gesteggel tussen de, van invloed wisselende, bewoners van de verschillende streken. Het noordelijk deel van de grens van Groningen/Duitsland is bepaald door de zee, het zuidelijk deel door de uitgestrekte moerassen die hier eertijds waren.

Vijfhonderd jaar geleden lagen in het gebied dat nu de Dollard is allemaal kerkdorpjes. Ze zijn verzwolgen door de zee als gevolg van verschillende stormen. Na een geweldige storm in 1509 bereikte de Dollard haar maximale grootte, zeker twee keer groter dan nu.
De helft is dus geleidelijk, vanuit het zuiden, weer heroverd op de zee. Daar ligt nu een rij aaneengeschakelde polders die tussen halverwege de 16e eeuw en het begin van de 20e eeuw drooggemaakt zijn. Ook na de aanleg van de polders volgt de landsgrens de afwateringsstroom vanuit het voormalig moerasland van de Bourtanger Moor, namelijk de Westerwoldse Aa.

Hoe natuurlijk ook, de grens kent aansprekende markeringspunten, wijzend op een beleefd belang om te zorgen dat deze werd gerespecteerd: de vestingen. De meest noordelijk gelegen vesting is Nieuweschans, dat zich, net als Booneschans en Oudeschans, in de Dollardpolders bevindt. Deze vestigingen zijn gebouwd als verdedigingsbolwerk voor Bellingwolde. De schansen spelen een rol in de strijd tussen de Oranjes en de Spanjaarden gedurende de 16e en 17e eeuw. Hierover zijn online veel verhalen te lezen.  Naarmate het land noordwaarts werd ingepolderd raakten de schansen hun functie geleidelijk kwijt.

Oldambtster boerderijk in Duitsland
Oldambtster boerderijk in Duitsland

Nog maar 50 jaar geleden lagen de schansen flink te verpieteren. Wat je nu ziet is nauwelijks origineel te noemen maar mooi is ’t wel. De schansen zijn netjes hersteld naar hoe ze eruit hebben moeten zien in hun eigen tijd.

Buiten de kleine oases van de schansen verkeer je hier in het weidse Oldambt-landschap: de graanrepubliek. Geweldig mooie, maar o zo arrogante Jugendstil-villa’s liggen daar te pronken. Of soms ook: hun verval te etaleren. In de bebouwde kom van een arbeidersdorpje als Drieborg tref je deze villa’s niet. Daar waar de hereboeren veilig op hun omvangrijke erf verkeerden, woonden de arbeiders in de dorpjes bijeen. Deze dorpjes stellen dus ook niet zoveel voor, tenminste als je geen overmatige interesse aan de dag legt voor naoorlogse arbeidershuisjes, strikt utilistische huizenblokken en roestige auto’s in slecht onderhouden tuintjes.
Hier in de buurt ligt het dorpje Ganzedijk. Dat dorpje was een jaar of tien terug ‘nieuws’ en haalde zelfs het landelijke journaal: men wilde het hele dorp afbreken. Wat me vooral is bij gebleven, is dat er – voor buitenstaanders dan – op zich niks verloren gaat wanneer je het af zou breken. Want er is niet één mooi huis bij. Maar zoals dat meestal gaat: er is niks van gekomen, van die afbraak. Het journaal is ’t glad vergeten en ook de behartigers van welke belangen dan ook, ver achter wier rug Ganzedijk op z’n eigen eigenzinnige manier het inmiddels weer vergeten Ganzedijk ligt te zijn. En dat geldt ook voor Drieborg. Kenmerkend en fotogeniek zijn de dijkdoorgangen tussen de verschillende polders.

Dijkgat in de Dollardpolder
Dijkgat in de Dollardpolder

Je ziet de toppen van de daken van de grote boerenschuren in de volgende polder boven de dijk uitsteken, alsof ze langzaam aan ’t verdrinken zijn in de horizon. De einder is eindeloos doch gemankeerd. Door de  dijkdoorgangen verlegt de horizon zich, alsof er een venster opengaat. Kroonpolder, Reiderwolderpolder, Carel Coenraadpolder..

= =

(*) Herman Posthumus (schrijver van ‘Op zoek naar grenspalen’ (2010) schreef Grensfietsen.NL een mail (9 mei 2021), waarin hij vertelt, dat dit gebouwtje helemaal geen voormalig grensgebouwtje is. Herman schrijft: “Het gebouwtje bij Nieuwe Statenzijl is een gebouwtje van het Schöpfwerk in het Wymeerer Sieltief. Het Duitse oppervlaktewater wordt sinds het verleggen van de rijksgrens van het midden van de Westerwoldse Aa naar de oostelijke dijk niet meer op de Aa geloosd maar met een grote bocht naar de Eems bij Pogum.  Op ‘ArcGis open topo’ is dat goed te zien. De douane kwam  wel eens in Nieuwe statenzijl tijdens een velddienst, maar door personeelsgebrek was dat maar zelden het geval. Een eigen gebouwtje was dus helemaal niet nodig.”
Het is inderdaad zo, dat schrijver dezes zomaar aannam dat het een grensgebouwtje is geweest en dit in het geheel niet had gecheckt.

Gebruikte informatie:
* Remeijer.nl – informatie en kaartjes over de geschiedenis van de Dollard
* Wikipedia-pagina over de Dollard