119. De Selfkant

De Kelten en Romeinen, die blijkens opgravingen hier vroeger gevestigd waren, vormden de basis voor een grensoverschrijdend cultuurgebied dat de Selfkant en het Maasland beslaat en dat tot op de dag van vandaag in stand is gebleven.

Kaartje van de Selkant
Kaartje van de Selkant

[7 oktober 2020] Daarna aan de Nederlandse kant over de weg naar het zuiden langs de grens, die hier vaak gesitueerd is in de grensbeek, de Rode Beek. Zo kom ik door de Duitse dorpjes Millen en Tüddern, beide pal aan de grens. Aan de overkant ligt bijna direct de bebouwing van Sittard. De grens is stil en groen, een streekje waar in jaren niets lijkt te zijn veranderd.

Verder zuidelijk word ik min of meer gedwongen – als ik zo dicht mogelijk bij de grens wil blijven – aan de achterkant van de Sittardse nieuwbouwwijken te rijden. Soms zijn er fietspaden die achterlangs lopen, maar verderop valt dat tegen en rijd ik zomaar middendoor lelijke nieuwbouwwijken. De grens loopt langs hekwerken en boerenslootjes waar je niet goed dichtbij kunt komen. Direct achter de grens wijds Duits akker- en grasland op hoogoplopende heuvels. Mooi, op zich. Maar nu is het winderig en ‘netnietnat-weer’; weer waar je niet vrolijk van wordt.
Ik steek hier toch maar eens de grens door en ga de heuvel op, die verder naar boven knap steil is. Als ik over de top heen in het Duitse gehucht Hillensberg kom, lees ik dat ik zojuist de Schounberg heb beklommen: het hoogste punt in de Selfkant, 101 meter hoog.

Grensovergang bij de Rode Beek, westelijke kant van de Selfkant
Grensovergang bij de Rode Beek, westelijke kant van de Selfkant

Tijdens de middeleeuwen ontstond een versplintering in kleine territoria en vonden allerlei complexe machtswisselingen van hertogdommen plaats. Door de eeuwen heen waren de dorpen in de Selfkant via allerlei kerkelijke en politieke verbanden, zoals het dekenaat Susteren, het ambt Sittard en het hertogdom Jülich, verbonden met de dorpen in het Maasgebied.
Pas met het congres van Wenen in 1815 werd de regio opgesplitst en werd de grens erdoorheen getrokken, waardoor Issenbruch het westelijkste puntje van de Selfkant werd en de dorpen meer ten westen ervan bij Limburg gingen horen.

Op 23 april 1949 kwam de Selfkant, als Duitse compensatie voor de in de oorlog aangerichte schade, onder Nederlands beheer. De 5.500 Selfkanters kregen een nieuw paspoort met daarin de vermelding ‘Wordt behandeld als Nederlander’. Voor hen maakte het weinig verschil: de banden waren altijd erg nauw gebleven en de dialecten in de Selfkant en Limburg leken zoveel op elkaar dat men elkaar sowieso probleemloos verstond. In magere tijden profiteerden de Selfkanters van de nieuwe situatie: in Nederland, dat nu hun land van herkomst was, vonden ze voldoende koffie, sigaretten, en ook banen terwijl ze tegelijkertijd recht hadden op renteloze woningkredieten uit Duitsland.

Waarschijnlijk zouden de meesten Selfkanters na 14 jaar besloten hebben om Nederlands te blijven. Maar in 1963 werd de Selfkant, na 6 jaar van onderhandelen en een betaling van 280 miljoen mark, weer Duits.

In de nacht van 1 augustus 1963 voltrok zich iets dat nog nooit eerder was vertoond. Huizen, schuren, vrachtwagens; alles werd volgepropt met smokkelwaar. (Zie ook het hoofdstuk over Elten en de Butternacht.) Nederlandse en Duitse ondernemers waren daarbij betrokken. Toen de grens om middernacht ‘viel’ waren tonnen aan koffie en sigaretten van land verwisseld zonder enige beweging en geheel belastingvrij. De gewone burger voelde zich bedrogen door de grote profiteurs en met de nodige zelfspot stuurden de inwoners van de Selfkant een ezel, als eerste passant, over de voormalige grens.

Ondanks alle grensverwikkelingen blijven de goede betrekkingen tussen de Selfkant en het Maasland voortbestaan. Het gemeenschappelijk dialect verbindt de bewoners nog altijd. Ze hebben vaak familieleden in het buurland, zijn er werkzaam, vieren gemeenschappelijke feesten en onderhouden er vriendschappen. Sinds 1989 zijn de tolhuisjes gesloten en de grenzen open, maar hier in de Selfkant maakt dat eigenlijk geen verschil. 

De informatieborden bij Westzipfel vermelden dat het erop lijkt dat het ‘volksgevoel’ bij de, uiteindelijk tijdelijke, afscheiding van Duitsland in Selfkant anders beleefd werd dan in Elten. In Elten was het duidelijk dat de situatie ‘hersteld zou worden’: de bewoners in Elten hebben nooit tot Nederland willen behoren. Hier lijkt het bijna andersom.
Toch doen ook in Selfkant de dorpen en de omgeving onomwonden Duits aan.

Grenspad aan zuidoostkant van Sittard
Grenspad aan zuidoostkant van Sittard

Er is overigens geen enkele associatie met waar je aan denkt bij het Nederlandse woord ‘zelfkant’. De naam is afgeleid van Saeffel, de naam van een beek, die in dit gebied stroomt. Selfkant komt dus van Saeffelkant.

Ondanks dat de bevolking geen moeite had met het integreren in Nederland was er bij de Nederlandse overheid minder geloof in de gebiedsoverdrachten. Al in 1950 gaf het Ministerie van Binnenlandse Zaken in een vertrouwelijk schrijven aan dat ‘gezien het voorlopige karakter der grenscorrecties in de aangesloten gebiedsdelen’ slechts de hoogstnoodzakelijke werkzaamheden uitgevoerd mochten worden. Rond 1952 ging Duitsland druk uitoefenen om de grenscorrecties ongedaan te maken. Veel meer dan de onderhandelingen vertragen kon men van Nederlandse zijde niet. Een kordaat besluit naar de ene of de andere kant zat er niet in; zo kort na de oorlog lag de zaak politiek erg gevoelig. Door de weinig meegaande houding van de Nederlandse regering duurde het tot 1957 voordat de officiële besprekingen begonnen. Daarna duurde het tot maart 1960 voordat een akkoord was bereikt.

Al die tijd werd er weinig geïnvesteerd in de bouw van woningen en de aanleg van wegen. Wel werd tussen 1957 en 1959 een autoweg aangelegd: de N274 tussen Koningsbosch bij Roermond en Schinveld bij Brunssum, die dwars door de Selfkant liep en zo een kortere verbinding tussen Midden- en Zuid-Limburg vormde. Bovendien zou deze weg de overbelaste flessenhals bij Sittard ontlastten. De nieuwe ontsluitingsweg was bedoeld voor Nederlands woon- en werkverkeer, onder meer om mijnwerkers uit Midden-Limburg naar en van de Mijnstreek te vervoeren.
Toen de geannexeerde gebieden weer aan Duitsland werden teruggegeven, bedong Nederland het alleen-gebruiksrecht van de N274: er waren geen op- of afritten in de Selfkant en de weg was voorzien van ongelijkvloerse kruisingen met de Duitse wegen. Zo bleef het door Selfkant lopende deel van de N274 een smalle strook Nederlands grondgebied en was een grensdocument op deze weg niet nodig. Nadat de binnengrenzen in het Schengengebied steeds opener werden leverde een dergelijke corridor voor Nederland eigenlijk niet veel winst meer op. Terwijl het onderhoud wel een kostenpost bleef. Op 25 februari 2002 is de N274 aan Duitsland overgedragen zodat deze weg ook voor het lokale verkeer in de Selfkant kon dienen.

De Selfkant is aan drie zijden omgeven door Nederlands grondgebied en vertoont zo enigermate het karakter van een Duitse exclave aan de oostzijde van de Nederlandse provincie Limburg. De gemeentegrens met Nederland is ca. 27 kilometer lang, die met andere Duitse gemeenten is slechts 6 kilometer lang. Het grootste deel van de gemeente ligt op een hoogte van 30 tot 60 meter. De top van de Schlouner Berg bij het plaatsje Hillensberg is met 101,2 meter het hoogste punt van de gemeente.
De Selfkant heeft voornamelijk een agrarisch karakter en het gebied profileert zich ook als zodanig, met milieubewustzijn als speerpunt. Dit is een duidelijk tegenwicht voor de Nederlandse buurgemeente Sittard-Geleen met haar enorme industriecomplex Chemelot (waar eertijds DSM groot is geworden).

Gebruikte informatie
* Selfkant, wikipedia