35. Grensovergang Laagse Paal

Dit is de grensovergang waar je na 100 meter uitkomt, als je aan het einde van de Hooiweg de Laagseweg naar het noorden neemt, waar deze overgaat in de Goudkampsweg. De grensovergang tussen het buurtschap Hezingen en het Duitse Lage was tot 1995 afgesloten met een slagboom. In de volksmond werd de overgang Laagse Paal genoemd.

Omdat hij er ruim 20 jaar mee te maken had gehad, nam Gerard Hassink (1953) de rood-witte slagboom in maart 1995 mee naar zijn huis in Ootmarsum. Als een soort van zoete wraak op de Duitse en Nederlandse grensbewakers die hem bij zijn geregelde overtocht vaak hadden dwarsgezeten. De ijzeren slagboom kwam in zijn houthok terecht. Inmiddels prijkt de slagboom, als een soort van trotse trofee uit het verleden, in Het Molenhuisje, het onderkomen van de Heemkunde Ootmarsum.

In 2018 bood Hassink tijdens de presentatie van het nieuwe jaarboek van de Heemkunde-vereniging “’n Poal” als ludiek cadeau aan. Daarin vertelt hij zijn persoonlijke ervaringen met de grensovergang de Laagse Paal: één van de vier grensovergangen in Noordoost-Twente. 

Grensovergang Laagse Paal (Google Streetview)
Grensovergang Laagse Paal (Google Streetview)

De verschillende grensovergangen hadden allemaal verschillende sluittijden. De Laagse Paal was tot 22.00 uur open en Mander-Getelo tot 24.00 uur. Als Hassink nog later was, moest hij via De Rammelbeek terug, want deze overgang was vanwege het internationale vrachtverkeer 24 uur per dag open.

Dat de, uit Rossum afkomstige, Hassink zo vaak ’n Poal overging kwam omdat zijn toenmalige vriendin en huidige vrouw Angelika Hillen uit het Duitse Neuenhaus kwam. Toen ze na vijf jaar verkering in 1980 trouwden, dronk het bruidspaar pal op de grensovergang een borrel samen met Nederlandse en Duitse douaniers van wie hij de meesten goed had leren kennen. Maar niet iedereen was hem altijd goed gezind. ‘Ooit’, weet hij als de dag van vandaag, ‘mocht ik de grens bij Denekamp niet over omdat één van de koplampen van mijn auto niet goed brandde. Dus moest ik helemaal via De Lutte naar Rossum.’

Een andere keer meende Hassink zich bij Duitse douaniers een grapje te kunnen permitteren. Hij had de auto van zijn vader bij zich en die had ’s middags aardbeienplanten gehaald. ‘Die stonden nog in de auto. Toen de douaniers in opleiding de kofferbak openden, zagen ze de groene planten. Ik zei gekscherend dat dit zomaar hasjplanten konden zijn. Dat heb ik geweten: ik heb vervolgens de halve nacht op het politiebureau in Nordhorn doorgebracht.’

Gebruikte informatie
* Laagseweg, Opdegrens.eu
* Herinneringen brengen ’n Poal bij Hezingen weer tot leven, Tubantia, 22 oktober 2018