Dax, 17 september 2024, 18.30pm
Extreem productieve dag, mag ik wel zeggen. Maar dan 130 kilometer gefietst, Les Landes op de meest perfecte wijze doorgekomen: easy fietsend zonder noemenswaardige wind en met vooral veel zon en een heerlijk temperatuurtje. Ik ben een lucky fietsbasterd, deze dagen; kan ’t niet anders zeggen. Maar ojojoj, wat is het saai te fietsen door de eindeloze bossen van Les Landes de Cascogne. Nee, je moet geen pech krijgen, er is niks of niemendal. Om de 10 kilometer een klein dorpje, that’s it. En dan weer verder over de kaarsrechte wegen. Meest met bossen (gelukkig niet meer van die door bosbranden kaalgeslagen stukken gezien), soms met uitgestrekt bouwland en beregeningsinstallaties van honderden meters breed. Bij de dorpjes ga je soms even door een dalletje heer, en naar beneden, even naar boven.
Vanmorgen weer om zes uur wakker, natuurlijk, heerlijk geslapen in m’n knusse wagentje, eerst nog lezen en dan om zeven uur m’n boeltjes bij elkaar halen. Het is nog donker, m’n lampje op m’n kop. Buiten m’n pipowagen staan de twee lome pony’s me aan te kijken. Totaal onverstoorbaar. ’t Is nog hartstikke donker, maar gelukkig veel minder koud dan de afgelopen week op de vroege morgen. Béatrice had ’t wel over ontbijt gehad, maar ik laat ’t lekker aan me voorbij gaan, heb liever de tijd aan mezelf, en ik weet dat er vandaag aardig wat kilometers wachten.
Dus om half acht reed ik al weg, zonder eten, net als thuis als ik naar de sportschool ga. En ook geen koffie trouwens. Maakt niks uit. Eerst maar eens wat meters maken.
Uiteindelijk worden dat er 50 voordat ik de eerste verpozing, met ontbijt, tref. Het is dus saai fietsen hier, maar ’t schiet wel op. In Retis en Moustey tref ik prachtige knoestige oude kerkjes met open klokkentorens. Echt wel heel bijzonder en stok- en stokoud!
Die eerste verpozing is om door een ringetje te halen. Het perfecte bakkerijtje, met een terras en met heerlijke koffie. Een stokbrood met brie, honing en noten. En voor ‘on the road’ een stuk quiche erbij met chorizo. Die eet ik vijfentwintig kilometer verder langs de weg nog een keer op.
Steeds meer Compostela-referenties tref ik nu, hoezeer ook geldt, dat ik ook vandaag hooguit 2 oude mannetjes heb gezien met loopstokken, een rugzak en een zonwerend hoofdeksel – toch vast en zeker pelgrims. En na zo’n 25 kilometer fietsten plots de twee Hollanders van gisteren weer voorbij. Zij hadden wel uitgeslapen, veel later vertrokken van een andere camping ergens – kweenie waar. Ze gaan in Saint-Jean-Pied-de-Port een pauzedag inlassen, dus ‘we zien elkaar daar vast nog wel’. Ze maken 150 km per dag, met racefietsen zonder bagage; hun derde mannetje rijdt in een busje ze achterna.
Maar nog steeds: een gelijkgeaarde Santiago-fietser ben ik nog niét tegengekomen.
Oja, die referenties. De mooiste reed ik bijna voorbij; die had ook helemaal niet in m’n boekjes gestaan: een groot pelgrimskruis langs de weg, met allemaal Sint Jacobsschelpen erop. Verder bij de entree van elke dorp het grote bord: ‘Chemin de Compostelle’. En in Taller heet de straat ook ineens ‘Rue de Compostelle’. Het grote afdak-portaal bij ’t oude kerkje van Retis is er ook speciaal voor pelgrims. Het begint me geleidelijk duidelijk te worden, hoe immens dat pelgrimage-gedoe eeuwen lang is geweest. Er waren dorpjes aan de route (niet in Les Landes, maar op plekken waar meerdere routes bij elkaar komen), waar wel 20 herbergen voor pelgrims waren en zomaar wel 1000 pelgrim tegelijkertijd konden overnachten. Bizar om je dat te realiseren. Saint Emilion, nu een Unesco-stadje, is zelfs ontstaan nadat de Breton Emilion hier iets bijzonders meemaakte, onderweg als pelgrim naar Santiago de Compostela!
Ik heb zes keer een hele groene bladzijde (elke keer zo’n 20 fietskilometers op het bladzijde-routekaartje) omgebladerd, onderweg; ze zijn zo groen omdat groen de kleur van ’t bos is, op de kaartjes, en bij de zevende is-ie ineens weer ‘normaal’, rijd ik Les Landes uit en staat de stad Dax er ook al op.
Nog even langs een kloostercomplex waar een heel antieke eik staat; dat kan ik natuurlijk niet overslaan als oude bomen-fetisjist. ’t Is inderdaad een erg indrukwekkende oude eik, maar er zit helaas bijna geen leven meer in.
En dan het drukke stadsverkeer van Dax. Nog even door ’t centrum, nog even een stempel halen bij ’t toeristenkantoor, nog even langs de oude basiliek. Ik krijg verder niet zoveel hoogte van Dax. Een mooie oude stadsmuur gezien, maar… ik heb eigenlijk helemaal geen zin. Fenny heeft het woord ‘stadjemoe’ gemunt, voor als ze geen zin meer had om ‘nog weer een stadje te gaan bekijken’. Misschien heb ik er zelf nu ook een beetje last van.
Wat ik me ook nog in ’t hoofd had geprent: even bij een fietsenmaker langs. Gewoon voor een soort ‘APK’. En ik trof het. De fietsenmaker kon direct even m’n fietsje ophangen en ‘screenen’. Alles in orde, maar hij vindt wel, dat m’n achterband binnenkort een keer vervangen moet worden. Hij zou daarmee zéker niet wachten tot Santiago (of weer thuis in Nederland). Helaas heeft hij mijn type band niet op voorraad. Dus dat ga ik in ofwel Saint-Jean-Pied-de-Port, aan de grens, ofwel Pamplona, na de overtocht over de Pyreneeën-pas, nog doen.
Ik heb een camping opgezocht, m’n tentje weer eens opgezet. Het blijft ook droog, en de temperatuur is goed. Een prima camping. Terwijl ik dit typ drink ik IPA-biertjes in ’t kleine restaurantje op de camping, en voor m’n neus nu frietjes met een camembertje uit de oven!
Morgen dus naar de startplek voor het 3e, Spaanse deel van de tocht. Misschien daar ook een pauzedag, maar na nog twee dagen goed weer, morgen en overmorgen, wordt het een stuk minder, staat er regen en onweer uit. Eígenlijk zou ’t het handigst zijn, als ik in Pamplona ben voordat het weer omslaat. Eerst maar eens afwachten, hoe ’t morgen verloopt.
Vandaag 131 kilometer gereden, maar juist wat vroéger dan gewoonlijk op de finishplaats. En dus gemiddeld boven de 20 km per uur, inclusief het gedoe en gerommel in dorpen en steden. Lekker snel dus, ook mede door het lage aantal hoogtemeters.
Overigens las ik zonet pas écht voor ’t eerst, dat de pas door de Pyreneeën een opmaat is voor véél meer klimmen in Spanje! Ik kan m’n borst nat maken!
