Burgos, 23 september 2024, 20.40pm
De gemeentelijke albergue in Burgos, op 100 meter vanaf de onwezenlijk gigantisch grote kathedraal, is een bedrijf op zich. Je betaalt maar een tientje voor je bed hier. Het zit weer bijna helemaal vol, vandaag, met 150 pelgrims. En zo gaat dat iedere dag dus.
Ik vind de kleine albergues veeeeeel leuker, veel sympathieker, zoals juist die in Naverrete, die was leuk, met een gezellige leefkeuken, met iedereen eromheen. Ik zit nu in een grote zaal met lange tafels. Iedereen zoekt z’n plekje. In hoeverre solo-reizigers met onbekenden kletsen, dat weet je nooit precies. Er wordt wel heel wat af gekletst hier. Magda en Patrick, de Vlamingen, kwamen er net nog even aan, zitten bij mij aan de tafel.
De stemmen galmen enorm, het is heel groot en hoog hier. De albergue is echt een slaapfabriek. Aan een lange gang allemaal insteekjes met 2 stapelbedden achter elkaar. Loop je er langs, kom je in een andere gang met douches en wastafels. Je krijgt bij het inchecken een setje met een overtrek voor matras en kussen, voor eenmalig gebruik. Dat trek je over plastic-achtige, nepleren matras.
Nee, sfeervol is zo’n herberg niet. Wat dat betreft is ’t veel leuker om een kleintje te zoeken. Ik mik voor morgen op een nonnenklooster van Filipijnse zusters in Carrion. Heb een mailtje gestuurd. En… ze hebben daar eenpersoonskamers. Is misschien wel een keertje fijn. Hoop dat ’t goed komt.
Heerlijk geslapen trouwens in ’t slaapzaaltje in Belorado, samen met stuk of 10 anderen. Er was één man die de hele nacht door heel gelijkmatig snurkte, alsof een slaapnacht helemaal niet uit verschillende slaapfasen bestaat. Maar zó regelmatig, dat eigenlijk ook weer niemand er last van leek te hebben.
Tussen 6 en 7 weer alles en iedereen in de weer. De Belgen waren wat later en met hen heb ik nog lekker koffie gedronken. En toen weer op de fiets.
Het was helder, maar aardig koud. Direct buiten Belorado een grote muurschildering, waarop alle pelgrims weer welkom worden geheten voor een nieuwe wandeldag. Die eerste kilometer fiets ik naast de net vertrokken wandelaars vanuit de verschillende albergues in Belorado. Daarna sla ik af voor een lange klim van bijna 200 meter hoogteverschil. Ondertussen komt er een bleke zon bij de wolken langs, mistflarden en verre dieptes in sepia. Het is geweldig mooi. Maar wel koud. En zwaar klimmen. Langzaam, langzaam. Maar ik kan ’t niet anders zeggen: het is gewoon machtig mooi hier en nu te zijn en dit te doen.
Vandaag heb ik 63 kilometer gereden. Wel bijna 700 hoogtemeters. Er zaten flinke klimmetjes tussen, op het einde eentje die ik domweg niet in één keer redde, die ging tot 14%. Maar dus ook een aardig korte etappe. Ik wilde tenslotte een stad als Burgos echt niet voorbij rijden. Om kwart voor één kwam ik al aan bij de albergue, lekker gedoucht en daarna de stad in.
Maar wacht, ik ga te snel. Vandaag was er een mooi stuk etappe door de heuvels, uiteindelijk tot wel 1040 meter hoog, mooie vergezichten, nog een stuk door een bos en daarna een rare 10 kilometer langs een lange kaarsrechte provinciale weg naar Burgos. In Burgos een flink stuk door een sfeervol stadspark, langs de rivier, de Alarzon, tot de juiste brug over de rivier. Daar sta ik ineens voor zo’n beetje de allermooiste oude stadspoort die ik ooit zag.
Ik eronderdoor en… op een onwerkelijk mooi plein met de Santa Mariakathedraal aan de overzijde. Daar kunnen potdorie wel 100 van die kleine dorpskerkjes in. Mijn hemel, wat een idiootgroot gebouw is dit! En wat ongelooflijk mooi! Een wereldwonder, niks meer of minder! Jammer dat de top van een van de torens in de blauwe schermen, om de stellages heen, staat.
Het front bestaat uit twee enorme hoge spitse toren en doet je inderdaad denken aan de Dom van Keulen. Niet helemaal vreemd als je bedenkt, dat in de 14e eeuw ook Jan van Keulen zich met de bouw heeft bemoeid. Het is bijna niet voor te stellen, dat zoveel eeuwen terug er al zoveel internationale communicatie en samenwerking bestond.
Ik rij even wat rondjes en zoek dan dus gauw de albergue (herberg).
Dan aan de wandel. Eerst een uur doorgebracht in de kathedraal. Nou, ik heb nog nooit in m’n leven zoveel pracht en praal bij elkaar gezien. De ene kapel na de andere, wat een goud dat er blinkt en wat een millimeterprecisiewerk in al het gebeeldhouw, met steen en met hout. Het is werkelijk ongelooflijk.
Het probleem met mij (en daar hebben meer mensen last van), is dat het moeilijk is om er gewoon open naar te kijken. De hele context, alle interpretatie, alle begrip van de geschiedenis geeft er een geweldige sjeu van een soort van ‘entartene Kunst’ aan. Waar gaat dit allemaal over? Hoeveel honderden, duizenden levens en doden heeft dit allemaal gekost? Waarom moesten er eeuwenlang angsten voor de hel worden overwonnen met dit…..?, etc. etc.
Maar goed, geweldig mooi is het natuurlijk wel. En ik zou al die reserves op een ander plekje kunnen neerzetten, for the moment.
Ik ben ook nog even de heuvel opgeklommen, naar het Castilo. Prachtig uitzicht over de stad, de kathedraal, maar helaas is het Castilo zelf gesloten; ze zijn bezig met wat restauraties of zo. Op terrasjes geniet ik wat biertjes en wat kleine hapjes.
Laat in de middag boodschappen in een supermarkt en juist als ik weer bij de albergue aankom, tref ik de Vlamingen weer; met z’n drieën gaan we nog wat biertjes drinken.
En daarna weer eens een maaltijdsalade en een pak gazpacho in de grote zaal waar ik nu zit. Morgen lijkt ’t weer nog best redelijk te blijven, in de middag wat lichte regen, mogelijk. Maar voor de komende dagen is het kleddernat in Santiago, dat gelukkig dus nog enigszins op afstand is. Maar niet teveel naar de weersvooruitzichten kijken, ik kan er toch niks aan veranderen. So far, so good.
