Fietsen naar Santiago de Compostela – 25e etappe

Villafranca del Bierzo, 27 september 2024, 22.40pm

Best een beetje gekkenwerk om nu nog te gaan schrijven, maar ik doe het toch maar. Ten eerste omdat ik nu toch niet zou kunnen slapen, ten tweede omdat ik dan ervaringen (van dagen) teveel moet stapelen. En dat gaat flink ten koste van de impact van die ervaringen, althans in de verantwoording daarvan.
Er is even veel aan de hand. We kwamen zonet thuis na een dag die toch al veruit de langste was van allemaal, tot dusver, na een etentje met z’n drieën, Luca, Wolfgang en ik, in Villafranca en wat vond ik uit?: m’n achterband staat wéér leeg! Godver, net juist de binnenband domweg vervangen door een nieuwe en nu wéér. Er moét dus iets in de buitenband zitten, maar we konden ’t vooralsnog niet vinden.

En nu kwam ook de baas van de albergue al boos naar ons toe: stil zijn. Nota bene: op hetzelfde moment als ik vond ook Luca uit, dat z’n band leeg staat.
Het houdt even niet over!

En my god, wat een dag was het! Veruit de heftigste van allemaal, voor mij, tot dusver.

Toen we om 8 uur vanmorgen wegfietsten, Luca en ik, leek de regen juist over te zijn, of althans bijna. We maakten ons klaar, eerst 10 kilometer ‘gewoon’ en dan begint de beklimming. Zo’n 500 meter klimmen in 13 kilometer. En het ging helemaal niet stoppen met regenen. En het was verdorie hartstikke koud!
Zo klommen we samen de berg op, eerst nog door wat dorpjes, daarna werd ’t stiller en weidser. En winderiger. Mist, mistregen, motregen, echte regen. En echt licht worden deed ’t ook niet. Toen we doorweekt waren en zo’n 150 meter geklommen hadden, koud geworden, zijn we in een albergue waar ook een restaurantje bij is even neergestreken. Koffie gedronken, beetje opgewarmd.

Maar een half uurtje later toch weer met alle nattigheid aan de fiets op. We zijn toen er maar even helemaal doorheen gegaan. Doorgaan en doorgaan. Het ging me zwaarder af dan vanuit Saint Jean Pied de Port. Luca achter me, meestal in m’n wiel, soms wat naar achteren. Ik maak soms toch even een foto van de vergezichten, voorzover ze door de mist te zien zijn.

En dan daagt de top, het Cruz de Ferro, op 1500 meter. Wat een wereld zeg, wat een gedoe en wat een energie. En toch zit ik heus niet te balen, het is ook gewoon een uitdaging. Op de top krijg ik m’n handen niet meer uit een koukramp en besluit toch maar gewoon – nee, op aanraden van Luca – m’n handschoenen op te zoeken. Die zitten potdorie ergens diep in een tas. Welke?

Toch achteraf weer stom dat ik dat niet eerder had gedaan, want meer dan 5 minuten kost ’t ook niet.

Die hele eerste klim was zonder goed zicht op berglandschap. Hooguit zie je achter je de verte steeds dieper. Vanaf de top was ’t niet ineens veel afdalen. We reden nog 5 kilometer op en neer, denkend: wanneer komt die afdaling nou? Om ons heen ook veel koulijdende pelgrims met poncho’s in hun hunchback-look, de rugzakken onder de poncho.

En dan begint de afdaling echt. Ik wist al: dat wordt een hele steile, enerverende afdaling. Een gekke combi van situaties: enerzijds zien we in de diepte ver weg het dal, waarin Ponferrada, het oude stadje, op ons wacht, nog wel 14 kilometer naar beneden, in bijzonder zonlicht in het dal. Anderzijds gaat het harder regenen, terwijl we afdalen. Voel ik ineens een ‘pang’ bij m’n achterwiel en begint de fietsboel ‘geluid te maken’. En toch ook: rustig aan afdalen, pas op met remmen. Veel concentratie.

Onderwijl gaat de regen over in hagel, nota bene! Het moet niet gekker worden. Tegelijkertijd zie ik wel degelijk om me heen, dat we nu écht in heel bijzonder bergland aankomen, met diepe dalen, kloven. Het ziet er allemaal ineens veel spectaculairder uit.

En dan is daar een dorpje. El Acebo. Smalle straatjes met huizen met vervallen balkonnetjes, en wat pelgrimscafeetjes. Haa, fijne plek om te stoppen. Ik check m’n fiets; we staan onder zo’n balkonnetje terwijl ’t heel hard regent, en ik zie: een spaak gebroken. Goed, zo kan ik wel even verder, maar daar moet toch wat aan gebeuren. Ik zie ook direct dat er een slag in ’t wiel is gekomen.

We gaan ’t cafeetje binnen en komen ineens in een heel andere wereld. Om een haard heen staat iedereen zich te warmen; er worden warme happen en koffie verspreid. Iedereen dik in de kleren maar verkleumd. Het lijkt verdorie gewoon op een skihut hier! Precies dezelfde gemoedelijke gezelligheid.
Zo zitten we hier een beetje warm te worden en de boel te overzien en overdenken, hapje en koffie erbij.

Het klaart gelukkig op en als we wegfietsen begint het weer zoals het de rest van de dag zal zijn: felle zon en ineens heftige buien uit vlagerige wolken.
We dalen verder af, een hele tijd, van 1500 naar uiteindelijk zo’n 700 meter. Het betreft een dal tussen de bergen. Aan de andere kant zien we al de bergen voor morgen.

We komen zo uit in Ponferrada, staan zomaar te kijken naar een Harry Potter-achtig kasteel, spectaculair, als ineens Wolfgang ons achterop komt.

Hij was veel later – de regen afgewacht – vertrokken van een plek 20 kilometer op ons vooruit – en haalde ons nu weer bij. Vanaf daar hebben we met z’n drieën gefietst, mijn Sweerman-route. Het doel: uitkomen in Villafranca del Bierzo. Helaas vinden we al uit, dat daar geen fietsenmaker is. Wel in Cacabelos, een tiental kilometer eerder. Daar eerst maar naartoe. Deze 15 kilometer zijn redelijk vlak en oninteressant, al maak ik weer wat mooie kerkfoto’s; ik moet er nu al zeker enige honderden hebben. De jongens zeggen al: ah, daar is weer een kerk voor Niko.

In Cacabelos komen we aan een uur voordat de fietsenmaker na z’n siësta weer aan de slag gaat. Dus we eten een menu del dia op een terras; de zon komt er ook nog bij. En om half vijf kan ik naar de fietsenmaker. Wolfgang koopt nog een nieuwe reserveband en daarna vertrekken Luca en hij alvast naar Villafranca. De fietsenmaker zal een uurtje met m’n fiets bezig zijn, want de bevestiging van m’n standaard is gebroken, en dus die spaak en het opnieuw uitlijnen van m’n wiel. Een geconcentreerde fietsenmaker; ik ben er maar wat blij mee, dat hij m’n boeltje weer in orde maakt.

Een uurtje later fiets ik naar Villafranca, met ook nog een flinke helling te gaan. Bij elkaar kom ik vandaag op 1230 hoogtemeters.

Luca appt me welke albergue ze hebben gevonden, waar ze ook voor mij alvast een bed hebben geregeld. Ik ben nog een tijd aan het zoeken, want Luca’s aanwijzingen waren voor meerdere interpretaties vatbaar en ik dacht ook weer veel te makkelijk en snel. En zo kwam ik op een pad terecht in stenen en meer vuiligheid en… merkte ik: lekke band! Godver!

Lopend met de fiets kwam ik aan bij de albergue. Ben daar direct met de band aan de gang gegaan. Eerst maar gewoon m’n eigen reservebinnenband, splinternieuw, erop gelegd. Ik weet niet waarom, maar ik had een gek gevoel van: als dat maar goed gaat.
We zijn daarna ’t stadje in geweest om te gaan eten, het was verdorie hartstikke laat geworden.

En een uurtje terug kwamen we dus weer bij de albergue en vonden we uit, waar ik dit stuk mee begon.

Voor mij is ’t op zich allemaal wel te doen. Eventueel: dan maar een dag later thuis… Maar voor Luca is ’t lastig; hij heeft een vliegticket op maandagavond!
Toch: we gaan morgenochtend verder kijken hoe ’t moet met de banden. Eerst maar even afwachten en een nachtje slapen.
What a day!!
En dan te bedenken, dat 10 kilometer vanaf hier ons een klim te wachten staat, die nog wat zwaarder is dan die van vandaag! Maar… hopelijk zonder de slechte weersconditie van deze morgen.