Évricourt, 8 september 2024, 20.30pm
’s Morgens vroeg een soort van compensatie gezocht voor dit Airbnb-verblijf in Cambrai. Het betreft hier 2 geschakelde panden, misschien wel van buiten heel oud, maar zo totaal afzichtelijk gemaakt, zowel van buiten als van binnen. Eigenlijk gewoon verbijsterend. Ben je toevallig in een heel depressieve bui, dan is een nachtje in één van deze ‘appartementen’ ronduit levensgevaarlijk. Maar ja, wat wil je: het tarief voor de nacht is €26. Dus ik heb gewoon 5 sterren gegeven, ik kan niet anders, het is ‘value for money’. Maar ik lag me ’s morgens al te bedenken, dat ik zekerweten vanavond ook weer iets nodig heb, want ook voor de komende nacht wordt er regen verwacht. Wel netjes, eigenlijk: de regen altijd ’s nachts. En nu is ‘t 20.30 ’s avonds en het klopt: een regenavond. Na een dag met stapelwolken en zon.
En met ontiegelijk veel wind, die allemaal pal tegen was! En met 830 hoogtemeters! Jawel, de luchtdrukverschillen en de zwaartekracht, heel heftig vandaag. Toch weer meer dan 100 kilometer.
Je zou ’t een saaie dag kunnen noemen. Welja, ik noem ’t dan ook maar een saaie dag. Weinig meegemaakt; stoempend in m’n eigen kop gekropen. Dat was ’t wel zo’n beetje.
Om kwart voor acht had ik alles weer de kruipdoorsluipdoortrappetjes afgesleept, m’n fietsje opgezadeld en eerst nog anderhalve kilometer stuiteren over de kinderkopjes door de akelig stille binnenstad van Cambrai. ’t Is ook nog eens zondagmorgen. Alleen een kouwe koffie (zo’n kartonnetje) en een paar haverkoeken achter de kiezen. Maar ’s morgens heb ik eigenlijk niks nodig.
Het is lekker zonnig, maar zodra ik op de glooiende weidse vlakte (nee, geen vlakte, maar wat voor woord gebruik je dan?), vol met wind, zie ik dat er in gezwinde vaart donkere wolken aankomen. De prachtige ochtendzon verdwijnt helaas snel, maar de wolken gaan ook zo hard en zijn zo los, dat er helemaal geen neerslag komt.
Langs de weg staat er ineens een kleine Romaans torentje. Daarover had ik gelezen. Het is ’t enige overgebleven deel van een verdedigingsmuur van zes meter hoog en 7 kilometer lang, gebouwd rond 1200. Die heeft daar 300 jaar gestaan en is toen, afgezien van dit torentje, afgebroken om er de stadsmuren van Cambrai van te gaan bouwen. Dus dat weer rond 1500. Bizar!!
Even verderop de abdij van Vaucelles; eens het grootste kloostergebouw van Europa. Stelt nu niet veel meer voor.
Afgezien van deze twee opmerkelijkheden is er vijftig kilometer lang maar weinig om te benoemen. Oja, een bordje dat verwijst naar de bron van de Schelde (l’Escaut). Een paar honderd meter het veld in moet daar een kleine poel zijn. Vlamingen vinden het bijzonder, komen hier nogal eens; de gemeente Antwerpen schijnt er een klein monumentje te hebben opgericht; ik ben er niet gaan kijken, bleef maar opboksen tegen de wind.
Kort voor Saint Quentin is daar eindelijk het kanaal, het Saint Quentin-kanaal. Ik ben er al de nodige keren overheen gefietst, spijtig dat er geen fietspad lángs liep. Tot Saint Quentin toch nog wat kilometers langs ’t kanaal, dus geen geklauter meer.
Saint Quentin heb ik eerder gezien, ook op de fiets, toen ik een jaar of 12 terug naar Parijs fietste. Naast de kathedraal zie ik ’t IBIS-hotel; daar toen een nachtje geslapen. Nu vanaf het kanaal omhoog gefietst naar het plein met het mooie stadhuis met gotische gevel en gaanderij onder de pilaren. Daarnaast een paar cappuccino’s op het terras, in de zon.
Op zich is Saint Quentin niet zo bijzonder. Er is hier tijdens de 1e Wereldoorlog (la grande guerre) heel veel verloren gegaan.
Terug naar het kanaal en daarna weer 15 kilometer langs ’t kanaal verder zuidwaarts. Lekker fietsen. Veel begroeiing naast ’t kanaal dus eindelijk beetje uit de wind. De Somme stroomt hier heel dicht langs het kanaal.
Maar daarna weer westwaarts van het kanaal af geleid en weer vol in de wind. Er volgt nog een stuk van wel 15 kilometer lang op een kale vlakte met windkracht 5 vol op m’n snufferd. Heftig!
Ineens komt er een wielrenner naast me rijden. Een jonge vent. ‘Nederlander?’, vraagt-ie. Hij blijkt onderweg naar Bordeaux. Daar gaat-ie nog een dag of 4 over doen. Hij heeft er vandaag al 100 km op zitten en daar komen nog zeker 100 bij, want hij wil vanavond in Parijs zijn. Mooie boel zeg. Hij heeft bijna niks bij zich. We nemen weer afscheid en vijf minuten later zie ik ‘m als stipje bovenop de volgende heuvel; hij fietst zeker 2x harder dan ik. Nee, nee, dat is niet ontmoedigend! 😉
Kort voor Noyon is er een straatbrocante in een dorpje op het plein. Er staan ook de nodige versnaperingenketen bij; ik neem een cola en ga er even zitten. Ben niet langs de standjes gaan lopen; kan toch niks meenemen.
En dan een kilometer of 5 verderop de stad Noyon. De geboorteplek van Johannes Calvijn. Z’n geboortehuis is tijdens de eerste wereldoorlog verloren gegaan. Achter de gigantische kathedraal staat een heel oud en beroemd houten gebouw, de ‘Bibliothèque du Chapitre’. Indrukwekkend genoeg om even op te zoeken en een foto te maken.
Het compensatie-Airbnb-adresje, waar ik dit verhaal mee begon, maar er weer vanaf verdwaalde, betreft een plekje in Évricourt, zo’n 7 kilometer westelijk van Noyon. En ik had gezien, dat ik daarvandaan morgenochtend weer zuidelijk kan doorsteken en dan helemaal niet zoveel ‘extra kilometers’ maak. Het betreft het huis van Isabelle, met een hele grote tuin en enthousiast verhaal op de website. En: ze is ook al 5 jaar superhost, dus we hebben wat ‘in common’. Ik geef bij haar ook maar €40 uit, heel fijn.
Waar ik echter iets te weinig mee gerekend had, dat was dat deze 7 kilometer nog even meer dan 100 extra hoogtemeter toevoegen aan het dagbudget. Dus nog even doorbijten…
Isabelle zette verse koffie voor me, in een percolator.
Isabelle bood ook aan om mee te eten, voor ’n tientje; dat had ik ook al geregeld, vanmorgen. Ergens wel noodzakelijk ook zeg, want ’t is zondag en dit is een gehucht in de heuvels.
Met vrij langzaam Frans komen we er wel uit, kunnen we elkaar wel verstaan. Isabella’s dochter is er ook, zij spreekt vloeiend Engels en vertaalt soms nog wat. We eten een pastasalade met veel verse groenten uit haar eigen tuin. Hartstikke lekker. Er komt helaas geen wijn op tafel.
Na het eten gaan we nog even de grote tuin verkennen. Ze pakt een hoge keukentrap en zet een mooie kogelronde rode kip op de tak van een grote boom. Deze kip heeft kleine kuikentjes gehad, maar die werden opgegeten door een grote rat. Sindsdien wil moederkip altijd in de boom, voelt zich daar veiliger.
Isabella is 6 jaar geleden haar echtgenoot verloren, een auto-ongeluk. Eigenlijk wil ze ’t huis verkopen; de tuin van zo’n 1000 meter kan ze niet meer bijhouden. Dochter zit op de kunstacademie in Soissons; zij zal ook wel gauw uitwaaien.
Ik heb hier een fijne, grote, gezellig ingerichte zolderkamer. Dit gaat vast een prima nacht worden. Morgenochtend eerst naar Compiègne. Daarna zien we wel verder. Er wordt wel weer regen voorspelt, maar who knows..
