Santiago de Compostela, 1 oktober 2024, 19.15pm
En dan kun je zomaar ‘uitslapen’. Haha! Alsof ik dat dan kan! Niet dus. Lezen in bed. Een grappig lade-achtig bed hier, prima geslapen. Er zijn gewoon lakens en een deken; m’n slaapzak is niet nodig. Dat komt goed uit, want die heb ik dus vandaag alvast meegenomen bij de grote verzending via het postkantoor: niet alleen m’n fiets, netjes gedemonteerd door de handige en daadkrachtige medewerker, maar daarnaast een flinke doos, waarin m’n 4 fietstassen, tent, slaapzak, matje, stoeltje en nog wat zaken. Ik ben er vanaf. ’t Moet allemaal in een week in Groningen zijn.
Ik heb nog even een kleinere reistas gekocht om in te checken in ’t vliegtuig, met m’n kleding en zo. Daarnaast nog m’n computertas, iets voller gepropt. Onwijs fijn, dat alle praktische zaken geregeld zijn, inclusief zelfs het ‘uitje’ van morgen, m’n laatste dag: met een bustour van een hele dag, van 9 tot 19 uur, naar Finisterre en Muxia. Wolfgang gaat ook mee. Het wordt een vreselijke regendag, net als vandaag, maar dat mag de pret niet drukken, ik heb geen zin om maar een hele dag niks te doen.
Vanmorgen dwaalde ik een tijd door de stad, eerst half-om-half nat wordend, daarna voorzien van een kleurige paraplu met ‘Santiago’ erop, met afbeeldingen van de kathedraal. De kleur van deze stad is donkerbruin. Dat geldt voor de enorme grote 500 jaar oude gebouwen, inclusief de kathedraal – nog veel ouder – maar dat geldt net zo goed voor de donkere straatjes met veel winkeltjes onder galerijen met pilaren. En als het dan alleen maar regent, poeh, dan ziet ’t er allemaal hypertriest uit. Het enige dat dan nog voor kleur zorgt, dat zijn de paraplu’s.
Ik heb het pelgrimsmuseum opgezocht. Nog weer wat meer te weten gekomen over de achtergronden van de camino. Apostel Jacob was de eerste apostel (of enige?) die een marteldood stierf, zo’n 10 jaar na de dood van Jezus. Volgens de legende is later zijn (bij elkaar geraapte) lichaam naar Spanje verscheept, uiteindelijk omdat hij daar veel evangelie had bedreven (echt wel ver weg van Palestina!). Zo kwam ’t in Galicië terecht, niet zo ver van hier.
Rond het jaar 800 was er een kluizenaar die een wonder ervoer, dat te maken heeft met het graf van Jacob. Zo kwam de koning er achter en werd er wat op touw gezet met als gevolg dat in korte tijd veel gelovigen de tocht naar zijn graf ondernamen, het graf van Sint Jacob, Santiago.
= =
(van www.santiago.nl)
Van de apostel Jacobus de Meerdere, ook wel Sint-Jacob (San Tiago in het Spaans) genaamd, zijn nauwelijks historische feiten bekend. Toch is hij niet weg te denken uit de cultuurgeschiedenis van West-Europa. Zijn graf ligt aan de oorsprong van de belangrijkste en mooiste monumentale weg die de middeleeuwen ons hebben nagelaten: de Camino de Santiago. Wat is er dan zo bijzonder aan deze visser uit Galilea, van wie we niet eens weten wanneer hij geboren werd of hoe oud hij was toen hij stierf? Hoe komt het dat ‘Santiago’ in onze tijd een toverwoord is geworden? Wellicht omdat er zo weinig over hem bekend is. Maar in de eerste plaats is Jacobus een heilige. Vrome verering, legenden en aan hem toegeschreven mirakelen deden de rest.
Pas in de zevende eeuw ontstond de overtuiging dat de apostel naar Spanje was gereisd om daar het geloof te verkondigen. Zijn prediking daar was geen succes. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar Judea. Hier kende zijn werk wel faam en succes, zo veel dat het de woede van de machthebbers opriep en hij uiteindelijk werd vermoord. Volgens de legende legden twee leerlingen, Athanasius en Theodorus, het lichaam van Jacobus in een bootje en stapten mee in. Door een engel geleid dreef het van Palestina over de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan naar de kust van Galicië. De leerlingen gingen met het lichaam van hun meester aan wal en vonden landinwaarts een geschikte begraafplaats.
Eeuwen gingen voorbij en niemand dacht nog aan het graf van de Heilige Jacobus. In 813 leidde een ster kluizenaar Pelayo er naar toe. De vondst van zijn graf heeft grote gevolgen. Alfonso II van Asturië (791–842) sticht er een kerk en een klooster. In zijn kathedraal verwelkomt Sint-Jacob nog steeds de pelgrims. Hij is een mooie vriendelijke man, hoog gezeten onder het timpaan van de Pórtico de la Gloria. In zijn kamertje, achter het hoofdaltaar, laat hij zich nog steeds omhelzen, zoals het pelgrimsritueel voorschrijft.
===
Er was toen nog helemaal geen sprake van die prachtige oude steden en stadjes die ik onderweg heb gezien. Nee, die zijn ontstaan daarna, juist dóór die pelgrimstoestanden. Ik weet heus wel dat dit voor veel mensen niks nieuws is, maar voor mij was het dat dus wél. Al die 11e-eeuwse bruggen die ik heb gezien, ze zijn gebouwd vóór de pelgrims! Santiago de Compostella had helemaal niet bestaan als niet zoveel mensen allemaal naar dat graf van Sint Jacob hadden willen reizen.
Maar goed, dat houdt nog niet in, dat ik lang gefascineerd naar allemaal verschillende beelden en afbeeldingen van Sint Jacob kan kijken. Ik krijg al gauw slenterbenen in zo’n museum en de aandacht waait weg.
Even later was ik in de kathedraal en maakte een stukje van de mis mee. Niet die ‘grote mis’, waarbij een groot vat met wierook door de kerk wordt geslingerd. Da’s ook weer zo’n verhaal, maar… ik heb me er niet in verdiept. Ik kan daar eigenlijk niet zoveel interesse voor opbrengen. Tijdens zo’n mis kun je niet door de kerk lopen, het is een heel devote bedoening, waar ik altijd beetje kippenvel bij krijg.
Met Wolfgang ben ik later urenlang in de stad en we drinken bier en eten hapjes in ’t drink- en eettentje van gisteren met Luca. Fijne gesprekken, terwijl het buiten maar blijft regenen en regenen. Later gaan we samen nog de kathedraal van binnen goed bekijken. Indrukwekkend, maar nou ja, da’s ook weer zo’n stereotype uitdrukking dan.
De regelarij met fietsen en bagage nam ook nog een aardige tijd in beslag. Maar alles bij elkaar, hoezeer ik ook echt heb gedaan wat ik heb kunnen doen, zelfs m.b.t. het ‘ervaren van de stad’, is ’t een lome, wat zeurderige dag. Dat komt natuurlijk ook van de omslag, waarvoor zo’n dag staat. Ineens niet meer de drive, de beweging. Je moet er verdorie aan wennen. In deze albergue ook een totaal andere sfeer. Dat komt vooral doordat mensen hier meer nachten achtereen verblijven. Het krijgt een klein beetje iets verveelds.
Wat misschien wel ’t leukste was, vandaag, om te doen, dat was het kijken (in de regen) naar andere mensen die aankomen op het plein, aan het einde van hun camino. Ik heb een paar solo-fietsers aangesproken. Moet ook gek zijn, helemaal alleen aan te komen en dat eigenlijk met niemand te (kunnen) delen. Ik heb een paar keer aangeboden of ik een foto mocht maken, van de persoon dus, met zijn eigen camera. Anders kunnen ze ’t niet met iets anders doen dan met een selfie. Leuk gesprek vooral met een Oekraïner, die een flink stuk camino had gefietst.
En zo is ’t avond geworden en ga ik nog wat lezen, klets wat met de mensen hier. Net nog een paar biertjes gehaald in een supermarktje. Zo liep ik weer over het grote plein bij de kathedraal, een rechthoek met aan alle zijden geweldig grote antieke gebouwen. Santiago is helemaal geen ‘lieflijke’ stad; het is allemaal zo donkerbruin, maar het is ook nogal stijf, strak, streng, vind ik, hoezeer er ook zoveel smalle straatjes zijn met galerijen. Ik vermoed dat mijn indruk van de stad een stuk teveel bepaald wordt door het regenachtige weer. Dubbel reden om nog eens een andere camino te doen, met de auto, met veel tijd en rust, en met mooi zomerweer.
Ondertussen moet ik me er natuurlijk erg van bewust blijven, dat ik met ’t weer bijna alleen maar mazzel heb gehad. Misschien een dag of 2, 3 was het weer een spelbreker. Maar ook op die dagen was het goed te doen en bracht het een aanvaardbare ‘challenge’ teweeg. En dan vooral dat einde dus: gisteren kwamen we aan nét voordat het weer helemaal omsloeg. Vandaag aankomen, god wat had dat een ‘bummer’ geweest! En morgen moet ’t nóg erger worden.
Het kan dus ook zijn dat ’t tochtje naar de kust, morgen, nogal tegenvalt, maar à la, we zullen zien.
Nog te weinig afstand genomen, kunnen nemen, om verder te beschouwen. Dat volgt nog wel.
